Voor ondernemers en DGA’s:
1. Investeer tijdig en benut de KIA en MIA/Vamil
Indien uw investeringen in 2025 een bedrag van 2.900 euro niet overschrijden, heeft u geen recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Wij raden u daarom aan investeringen die gepland zijn voor 2026 nu te doen. Indien u al meer dan 130.744 euro heeft geïnvesteerd en in 2025 minder investeringen verwacht, is het voordelig om investeringen door te schuiven naar 2026, aangezien het percentage van de KIA afneemt bij investeringen van meer dan 130.744 euro.
Houd verder rekening met een mogelijke desinvesteringsbijtelling op het moment dat u een bedrijfsmiddel verkoopt of inruilt binnen vijf jaar nadat u hiervoor een investeringsaftrek heeft toegepast. Een deel van deze aftrek dient dan te worden terugbetaald. Een voorbeeld hiervan is de verkoop binnen vijf jaar na aanschaf, van een milieuvriendelijke auto waarvoor u de milieu-investeringsaftrek (MIA) heeft ontvangen.
2. Overweeg dividenduitkering in 2025
De belastingtarieven in box 2 zijn progressief. Voor DGA’s kan het daarom aantrekkelijk zijn om nog in 2025 dividend uit te keren, zeker als de liquiditeit van de vennootschap dat toelaat.
Laat vooraf een berekening maken om te bepalen wat het gunstigste moment is, ook met het oog op de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap. De grens van 500.000 euro blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt.
3. Benut de vrije ruimte in de Werkkostenregeling
Controleer of u de vrije ruimte van de WKR volledig benut. In 2025 bedraagt deze 2 procent van de eerste 400.000 euro loonsom en 1,18 procent over het meerdere.
Vergoedingen en personeelsuitjes die u nog dit jaar toekent, kunnen fiscaal vriendelijk worden verwerkt als zij uiterlijk op 31 december zijn aangewezen.
4. Herinvesteringsreserve: bewaak de driejaarstermijn
Heeft u in 2022 een boekwinst gereserveerd om te herinvesteren? Dan verloopt de driejaarstermijn eind 2025. Investeer tijdig of motiveer schriftelijk waarom de herinvestering vertraging heeft opgelopen, bijvoorbeeld door dit vast te leggen in de notulen van de directievergadering, om te voorkomen dat de reserve vrijvalt in de belastbare winst.
5. Evalueer uw ondernemingsstructuur
Het kan zinvol zijn om vóór het einde van het jaar te beoordelen of uw ondernemingsstructuur nog optimaal is. Denk aan het aangaan of verbreken van een fiscale eenheid, of aanpassing van leningsverhoudingen binnen de groep.
Een tijdige herziening kan belastingvoordelen opleveren en de positie van uw onderneming versterken.
6. Verbod op contante betalingen van 3.000 euro of meer
Vanaf 1 januari 2026 mogen contante betalingen van 3.000 euro of meer niet meer plaatsvinden. Bedragen daaronder (tot 2.999,99 euro) blijven toegestaan.
Het verbod wordt ingevoerd om witwassen met contant geld te voorkomen en ondernemers te beschermen tegen onbedoelde betrokkenheid. De maatregel wordt opgenomen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en geldt onder meer voor autohandelaren, juweliers, meubel- en elektronicazaken.
Contant geld blijft beschikbaar voor legale en kleinere betalingen, maar grote transacties moeten voortaan digitaal worden afgehandeld.
7. Let op: wijzigingen in btw-tarieven per 2026
Vanaf 1 januari 2026 verdwijnt het verlaagde btw-tarief op logies. Hotelovernachtingen en andere vormen van verblijf vallen dan onder het reguliere tarief van 21%. Voor in 2025 geboekte overnachtingen die pas in 2026 plaatsvinden, geldt een overgangsregeling.
Het verlaagde btw-tarief op cultuur, kunst en sport blijft daarentegen behouden. De eerder aangekondigde afschaffing is teruggedraaid nadat er budgettaire dekking is gevonden.
8. Voorkom belastingrente: verzoek om een voorlopige aanslag
De Belastingdienst rekent een rente tot 9%. Om belastingrente over het jaar 2025 te vermijden, is het belangrijk om te controleren of uw huidige voorlopige aanslag correct is. Als deze te laag blijkt te zijn, adviseren we u om zo spoedig mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan te (laten) vragen, mits uw financiële positie dat toelaat. Zodra u een goed beeld heeft van de te verwachten winst van uw bedrijf aan het einde van het jaar, kunnen we bepalen of het verstandig is om een nieuwe voorlopige aanslag aan te vragen.
Wij maken voor u standaard bezwaar tegen de belastingrente.
9. Minimumleeftijd youngtimer wordt verhoogd
De minimumleeftijd voor een youngtimer wordt per 2026 verhoogd van 15 naar 16 jaar. Vanaf 2027 wordt deze leeftijd verder verhoogd naar 25 jaar. Dit is op 27 november 2025 door de Tweede Kamer vastgesteld.
Let op: Door deze wijziging krijgen auto’s die in de loop van 2025 de youngtimerstatus hebben bereikt, vanaf begin 2026 opnieuw een hogere bijtelling op basis van de hogere cataloguswaarde, totdat de auto 16 jaar oud is. Het is daarom raadzaam om met ons te overleggen welke oplossing in uw situatie het meest fiscaal gunstig is voor uw (oudere) youngtimer.
Voor particulieren:
1. Box 3-heffing besparen
Aan het eind van het kalenderjaar zijn er verschillende mogelijkheden om uw box 3-heffing te drukken. Wij hebben voor u een aantal manieren op een rijtje gezet:
-
Schenken (op papier)
Ook een schenking (op papier) vóór 1 januari 2025 verlaagt uw box 3-vermogen. Indien u van plan bent binnenkort een schenking te gaan doen, kan het verstandig zijn deze schenking nog dit jaar te doen. Mogelijk kunt u ook nog gebruik maken van één van de verschillende vrijstellingen in 2025 om onbelast te schenken. Let hierbij op dat de schenking op papier bij de begiftigde als overige bezittingen in box-3 wordt belast en als u schenkt op papier, dan moet u elk jaar daadwerkelijk minstens 6% rente betalen.
-
Peildatumarbitrage
De box 3-heffing wordt slechts één keer per jaar bepaald: op 1 januari. Daarom kan het voor u fiscaal aantrekkelijk lijken om overige bezittingen (bijvoorbeeld aandelen) vlak voor 1 januari 2025 te verkopen en tijdelijk om te zetten in banktegoeden waarna u ná 1 januari 2025 weer overige bezittingen koopt. Hetzelfde zou u kunnen doen met schulden, door het vlak voor 1 januari 2025 aangaan van meer schulden waarmee u uw banktegoeden verhoogt. Alle handelingen vóór 1 oktober en ná 31 maart worden in ieder geval nooit door de peildatumarbitragebepaling getroffen. Datzelfde geldt voor vermogensbestanddelen die weer verkocht/aangekocht worden meer dan drie maanden na de oorspronkelijke transactie.
2. Lijfrente of banksparen
Heeft u een pensioentekort? Een storting voor lijfrente of banksparen vóór het einde van het jaar is aftrekbaar in 2025 en verlaagt uw belastbaar inkomen. Controleer daarbij uw jaarruimte en eventuele reserveringsruimte.
3. Hypotheekrente en eigen woning
Overweeg om de rente over januari 2026 nog in december te betalen. Op die manier valt de aftrek een jaar eerder, wat liquiditeitsvoordeel kan opleveren.
Controleer ook of u in aanmerking komt voor regelingen rondom energiebesparende maatregelen.
4. Maak gebruik van de middeling
Heeft u in drie opeenvolgende jaren sterk wisselende inkomens gehad, dan kan middeling nog voordeel opleveren. U telt het box 1-inkomen (werk en woning) over drie aaneengesloten jaren op, deelt dit door drie en vergelijkt de belasting opnieuw. Het verschil boven 545 euro kunt u terugvragen. De middelingsregeling is inmiddels afgeschaft, maar u kunt nog middelen over 2022-2023-2024 en eerder. Dien uw verzoek in binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag van deze periode onherroepelijk vaststaat.
5. Voer het verrekenbeding uit van uw huwelijkse voorwaarden
Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd en is er in uw huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding opgenomen? Vergeet dan niet de verrekening met uw echtgenoot op te stellen. Als verrekening (over een reeks van jaren) achterwege is gebleven, dan kan dat bij overlijden of echtscheiding tot hoogst onaangename
gevolgen leiden. Vaak wordt dan namelijk bij overlijden of echtscheiding aangenomen dat de partners in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Stuur ons uw huwelijkse voorwaarden toe om te beoordelen of u aan uw verplichtingen voldoet.
Let op: Heeft u jarenlang verzuimd het periodiek verrekenbeding na te leven, neem dan contact met ons op. Dergelijke verrekenbedingen moeten zo snel mogelijk worden ‘hersteld’. Met behulp van een vaststellingsovereenkomst en wijziging van de verrekening kunnen de bedoelingen van partijen alsnog worden gerealiseerd.